Akoestiek en de tijdelijke opbouw en diffusie van een geluidsveld

Akoestiek en de tijdelijke opbouw en diffusie van een geluidsveld

Als belangrijk onderdeel van de geluidsleer houdt de ruimteakoestiek zich bezig met akoestische fenomenen in gesloten ruimtes. Ruimteakoestiek beschrijft gedetailleerd de uitbreiding van geluidsgolven in gesloten ruimtes en hune wederzijdse interferenties. Deze zijn namelijk van invloed op het tijds- en frequentiegedrag van het complete geluidsveld.

Dit complete geluidsveld wordt berekend uit de som van de originele geluidsgolven  het zogenaamde directe geluidsveld (geproduceerd door een geluidsbron, bijv. een luidspreker).  Alle tegen de wanden van de ruimte gereflecteerde, en daar ook gedeeltelijk geabsorbeerde, geluidsgolven worden erbij geteld. Elk geeft een diffuus geluidsveld weer.
Zodra een geluidsbron in een ruimte een impuls afgeeft, wordt dit geluiddoor de begrenzende oppervlakken van de ruimte en de voorwerpen in de ruimte gereflecteerd, geabsorbeerd of afgebogen. Daarbij kan het geluid natuurlijk ook verstrooid of gebundeld worden. Door dit fenomeen komen op de luisterplek na het directe geluid,  meteen een aantal reflecties voor, de zogenaamde "eerste reflecties”.
De vertraging, sterkte en invalrichting van deze reflecties spelen een wezenlijke rol bij de luisterervaring. Met een vertraging ten opzichte van het directe geluid ontstaat de nagalm als gevolg van zich snel verdichtende reflecties. In het algemeen kan men stellen dat de duur en de sterke van de nagalm overal in de ruimte gelijk is. In het ideale geval vormt het totaal van de gereflecteerde impulsen, een diffuus geluidsveld dat gekenmerkt wordt door het feit dat het geen voorkeursrichting voor de uitbreiding van het geluid heeft.
Hoe kleiner de ruimte, de te sneller en complexer wordt het diffuse geluidsveld. Want in een kleinere ruimte wordt het geluid vaker gereflecteerd. Wanneer zich in een ruimte echter veel verstrooiingslichamen bevinden, wordt het diffuus geluidsveld gelijkmatiger verdeeld. Verstrooiingslichamen zijn o.a. zuilen, oneffen plafonds en wanden.